Goede structuur maakt instructies scanbaar. Koppen zijn daarbij essentieel: ze vullen automatisch de inhoudsopgave waarmee eindgebruikers direct naar de juiste sectie springen.

Kopniveaus

  • H1: niet gebruiken; gereserveerd voor de titel van de kaart.
  • H2: hoofdsecties, bijv. “Voorbereiding”, “Procedure”, “Afsluiten”.
  • H3: subsecties binnen een H2, bijv. “Stap 1”, “Stap 2”.
  • H4-H6: verdere details, spaarzaam gebruiken.

Selecteer tekst en kies het kopniveau via de Format-dropdown in de editor.

Aanbevolen opbouw

Een typische instructiekaart bevat: een korte inleiding, Voorbereiding (benodigdheden, veiligheid), Procedure (genummerde stappen met afbeeldingen), Afsluiten (controle, opruimen) en optioneel Troubleshooting. Dit is een richtlijn, geen verplichting; pas het aan op de instructie.

Best practices

  • Gebruik beschrijvende, actiegerichte kopnamen (“Smering aanbrengen” i.p.v. “Stap 3”), max 60 tekens.
  • Nest logisch: H2 → H3 → H4, niet springen.
  • Houd het in balans: minimaal 3 H2-koppen, maximaal 10-12 (splits anders op in meerdere kaarten).
  • Gebruik nummering voor volgorde en bullets voor lijsten zonder volgorde; vet voor UI-elementen (“Klik op Start”).

Volgende stappen

Vragen? Mail support@instructo.nl.